Column RTV Parkstad – een ode aan Lex Nelissen

In mijn nog jonge leven heb ik al aardig wat kroegentochten gemaakt, maar nooit liep het zo uit de klauwen als die ene keer met Lex Nelissen. In Kerkrade, het dorp waar hij asiel had aangevraagd, en had gekregen.

Drie jaar geleden waren we gevraagd mee te helpen met het Euregionaal Jardetreffe en voor de eerste vergadering moesten we ons melden bij een café in ‘zijn’ nieuwe stad. We hadden echter geen idee in welke kroeg we moesten zijn. In Kirchröadsj plat, waar we beiden geen letter van konden lezen, werd ons duidelijk gemaakt dat we ons moesten melden bij een kroeg waarvan de kastelein Jeu heette. “Weet jij waar dat is?”, vroeg hij me. “Anders spreken we gewoon af op de Markt en dan gaan we ze allemaal af tot we Jeu gevonden hebben”, was de logische vervolgzin.

Het zal u niks verbazen dat we die vergadering nooit gehaald hebben en ik de dag erna bij Lex op de bank wakker werd met een gigantische kater. “Verkenskop, moet je wat eten”, vroeg hij me nadat ik mijn ogen net open had. Na vijf minuten gevolgd door: “Hebben we nou vergaderd gisteren of niet?”

U zult begrijpen dat ik momenteel weer met een kater zit, althans zo voelt het. Lex is ertussenuit geknepen op de dag dat de kroegen om 20.00 uur moesten sluiten. Hij zal erom gelachen hebben, geschaterd zelfs, dat kan niet anders. Zo uitgelaten als hij geleefd heeft, zo vredig is hij ingeslapen. En het hart huilt harder dan ik verwacht had. We konden lachen, maar hebben ook menig akkefietje met elkaar uitgevochten. Letterlijk, maar altijd met respect, want ik heb me altijd gerealiseerd wat ik aan Sexy Lexie te danken heb.

De man heeft eigenhandig menig talent, en mij, een podium gegeven. Vooral in het mooiste theatertje van Nederland: Theater Lexor. Dat theater met 64 stoelen is helaas al een tijdje ter ziele, maar de artiesten die daar mochten spelen, spelen nog steeds. De warmte van de zaal. De tips en vertrouwen die hij gaf. Ik zal ze nooit vergeten. Net als de onvervalste kritiek die je vervolgens weer met beide poten op de grond zette.

Met Peul Jan maakten Jan en ik ooit het nummer Theater. Een ode aan Lexor. Ik had het nummer al zeker tien jaar niet meer beluisterd, maar zaterdagavond heb ik het nog eens afgespeeld. Een strofe luidt: ‘Ik ben verliefd op mijn inspirator, het theater.’ Gek dat je jaren later je eigen teksten pas zelf begint te snappen. Want die grote inspirator was niet de vier muren en 64 stoelen, maar de uitbater.

Een wereldkampioen is niet meer.

2 gedachtes over “Column RTV Parkstad – een ode aan Lex Nelissen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s